Hans van Buuren – Zijn laatste bezoek

Hans van Buuren – Zijn laatste bezoek

Amsterdamsche Boek- en Courantmij. 1953

Schrijversnaam van Mr. Dr. H.J. van Buuren, geboren te Barneveld op 17-6-1922 overleden in Haarlem op

7-11-2001

Getrouwd met Joan Sarina Wolf (1922-1982)

Studeerde te Leiden en Utrecht rechtswetenschappen. Werd na 1949 ambtenaar van het openbaar ministerie bij de kantongerechten in Den Haag. Later werd hij Officier van justitie. Onder zijn eigen naam slechts één detective. Onder pseudoniem Hans Neber verschijnen, bijna dertig jaar later in de periode 1981-1986, nog zeven detectives.

js


Cees Buddingh – Vrijwel op slag

Cees Buddingh – Vrijwel op slag

Bruna Boek van de maand 1953 Omslagtekening van Dick Bruna.

Cornelis (Kees) Buddingh is geboren in Dordrecht op 7-8-1918 en overleden in Dordrecht op 24-11-1985. Hij was dichter, schrijver en vertaler.

Schreef honderden gedichten. Vertaalde diverse De Saint-boeken van Leslie Charteris .

Uit de Volkskrant van 1-5-1954 door Frans de Clerqc.

Op boevenjacht met Buddingh Zijsprong van een dichter. DETECTIVE-SCHRIJVERS verdringen elkaar niet op het grondgebied der Nederlanden. Het genre wordt hier ook zelden au sérieux genomen; de mening der literatoren is blijkbaar, dat Apollo zich niet met politie-aangelegenheden moet bemoeien. Inderdaad verschijnen er hier — in tegenstelling bijvoorbeeld tot de situatie in Engeland — weinig speurdersromans, waarmee de godinnen der schoonheid bemoeienis hebben gehad. Dit alles doet intussen niets af aan het feit, dat het wel eens aardig is, voor zijn (ont)spanning een detective-verhaal te lezen. De jeugdige dichter C. Buddingh, die experimentele poëzie en gorgelrijmen van voortreffelijk gehalte op zijn naam heeft staan, heeft zich nu geroepen gevoeld om als een schrijvende Dick Bos — oplosser van ingewikkelde moordproblemen — op te treden. Hij heeft geschreven de roman VRIJWEL OP SLAG, een onvervalst detective-boek, met een levensechte moord met voorbedachten rade in het kalme Gouda. Wat te zeggen van dit boek? Het is, helaas, geen literatuur en dat had het, dunkt mij, met Buddingh’s talenten (gezien zijn poëtische vermogens) toch wel kunnen worden. Gezegd moet echter worden, dat het knap in elkaar gezet is; volgens een koel, bijna wiskundig schema. Het is ook „vlot"; men leest het presto, presto uit en beseft dan, dat men zich gedurende een uur voor zijn genoegen heeft verdiept in de zaak, waarmee die Goudse inspecteur van politie zoveel zorgen had.

Een Orson-Welles-achtige financier wordt dood in zijn werkvertrek gevonden en achtereenvolgens valt de verdenking van de inspecteur en de lezer op verscheidene (louche en andere) figuren, tot de ontknoping tenslotte komt aantonen, dat ze beiden langs verkeerde wegen op zoek waren naar de uitgang van het labyrinth. Over die ontknoping kunnen hier uiteraard geen onthullingen worden gedaan; alleen zij opgemerkt, dat er wel een geforceerd element zit in de aanwijzingen, die de dader zelf achterliet. Een spannend verhaal dus, waarvan echter de dialogen nogal mat zijn. Wie eens niets anders zoekt dan die spanning, zal zich niet gedesillusionneerd voelen. Ons intussen is Buddingh' toch sympathieker als schepper van vreemdsoortige dieren als de „gringergoriaan" en de „goudopsnee-vink"

js


Paul de Casparis – Korenmaat vergist zich

Paul de Casparis – Korenmaat vergist zich

Servire 1955

Paul Abraham Christiaan de Casparis is geboren te Amsterdam op 27-4-1928

Hij was journalist bij De Telegraaf.

Schreef bovendien nog een bekroonde novelle: Men slaat geen dode honden (1952).

De recensie uit De Tijd is maar matig tot slecht de bespreking in De Telegraaf (zijn werkgever) was juist positief! Collega Jan Spierdijk schreef de recensie.

Uit De Tijd van 2-5-1956

Oorspronkelijke speurdersroman, heet dit verhaaltje van Paul de Casparis, uitgegeven bij Servire te Den Haag. Een weidse ondertitel, veel te weids zelfs. Naar onze smaak verdient het boekje niet roman te heten. Een vrij simpel vertelsel, allesbehalve oorspronkelijk en geschreven in een voortdurend krampachtige poging „leuk" te doen, met het gevolg, dat het alleen maar irriterend werkt. Zelfs voor louter ontspannende treinlectuur lijkt ons dit boekje ongeschikt. Het had o.i. beter onuitgegeven kunnen blijven

Uit De Telegraaf van 24-12-1955

De Nederlandse detectiveroman is de laatste jaren in een goed blaadje komen te staan, vooral dank zij het optreden van een aantal nieuwe schrijversfiguren met de kort geleden overleden W. H: van Eemlandt aan het hoofd. Het is niet al Havank meer wat de klok slaat.

Bij deze groep „nieuwelingen" heeft zich thans de jonge auteur Paul de Casparis gevoegd. Zijn „Korenmaat vergist zich". oorspronkelijke speurdersroman" (Uitgeverij. Servire — Den Haag) zal in de eerste plaats door zijn oorspronkelijkheid opvallen. Hoofdpersoon is Eduard Korenmaat, een zich achteloos bewegende jongeman, die met discrete onderzoekingen aan zijn rum en aan de kost komt Hij wordt op de eerste bladzijde wat ruw in zijn nekvel gepakt en met zijn neus op een moord geduwd. Kort daarop wordt hij door twee zonderlinge opdrachtgevers, die zo op het oog niets met elkaar te maken hebben, in beweging gezet en geraakt van het ene wespennest in het andere. Men noteert enige doden, die men niet behoeft te betreuren. Men ontmoet veel geheimzinnigheden, die passen in. een schema, dat goed beschouwd tamelijk bedacht en wat al te gecompliceerd aandoet.

De verdiensten van het boekje liggen elders. De speurtocht van Korenmaat in de naamloze stad bezit een sterke sfeer die boven de soms zonderlinge gang van zaken uitstijgt, De dialogen zijn haarscherp en de auteur bezit een onmiskenbaar gevoel voor stemming makende details. Hij heeft een parmantige stijl èn een schijnbaar achteloze grappigheid, die de situaties soms in het parodistische trekt. Het geheel is in elk geval zo boeiend, dat ik Paul de Casparis en Eduard Korenmaat graag nog eens schrijvend en speurend aan het werk wil zien.

js


F.J. Broekhals – Schaduwen in het maanlicht

F.J. Broekhals – Schaduwen in het maanlicht

Steenuil 1958

Ferdinand Jacobus Broekhals is geboren te Semarang (NI) op 9-5-1903 en overleden in 1963 (andere bronnen noemen als jaar van overlijden 1968). Getrouwd op 28-1-1928 in NI met Theodora de Bruyn (geboren 1907)

Hij was planter op de rubber- en thee-plantage Djolokigo te Pekalongan.

In de oorlogsjaren is hij als soldaat 2e klas in 1942 gevangen genomen door de Japanners op Java en geïnterneerd.

Na de oorlog was hij actief als auteur van spannende jeugdboeken en romans die zich afspelen in Nederlands Indië.

Een zoon Ferdinand, geboren 1929, emigreerde later naar Australiè en paste zijn naam aan als Ferdinand J. Brockhall. Door vrienden wordt hij Terry genoemd. Schreef in 2022 het boek Tea, War & Crocodiles.

In navolging tot haar vader schreef dochter Conny (1930-2012) ook een jeugdboek: De roemrijke tocht van de Zambesi II (1954).

Biografie: Jeugdboeken De slapende vulkaan 1953, Geheimzinnige lichten in het Diëng gebergte 1952, Het geheim van de haaiendoder 1956, In de greep van het oerwoud 1952, Tussen onkruid en rozen (roman) 1956, Het geheim van het dodendal (avonturenroman) 1959 en onder pseudoniem Jan Berghman; Kiemend Zaad (roman).

js

afbeelding: collectie W. van Eyle

js


Dieuke Boissevain – Discrete dood

Dieuke Boissevain – Discrete dood

Sijthoff 1940 Speurderserie Alleen voor erkende leesbibliotheekhouders, 2e druk 1941, herdruk Accoladeserie 1955

Dieuke Machteld Hilda Boissevain is geboren te Amsterdam op 5-12-1910 overleden op 1-4-1987 te Bussum. Getrouwd met Carel Marie Nienhuys (1909-2003)

Studeerde rechten in Leiden.

Discrete moord is in 1947 vertaald in het Tsjechisch: Diskretni smrt. Ze schreef in 1934 een toneelstuk; Tot in lengte van dagen. In 1941 Facade (roman).

Tijdens de tweede wereldoorlog zijn er een tweetal Duitse vertalingen verschenen bij een Duitse uitgever: Nur Fassade (1942) en Ungleiche Geschwister(1943) bij A. Müller Verlag, A.G.

Rotterdamsch Nieuwsblad 2-8-1940

Dieuke Boissevain heeft om den plotselingen dood van een bejaarden rechtsgeleerde een boeienden

familieroman gecomponeerd en een geheimzinnig net van verdenkingen geweven. De vraag, wie den nobelen mr. Jurriaan Focken op het landgoed Rozenha vergiftigd heeft, brengt den lezer in contact met interessante familie-complicaties. Een advocaat fungeert als detective, terzijde gestaan door een charmante vrouwelijke meester in de rechten, op wie met evenveel reden een verdenking kan rusten als op één van de bij den moord geïnteresseerde familieleden, want zij was het laatst in het gezelschap van mr. Jurriaan Focken. Met literairen smaak en met begrip voor de eischen, welke aan goede ontspanningslectuur dienen te worden gesteld, heeft Dieuke Boissevain „Discrete Dood" geschreven.

Provinciale Drentsche en Asser Courant 28-8-1940

Dit is een detective-roman, die behalve door knap geweven en verrassende intrigue, van begin tot eind fascineert door tal van rake typeeringen, snelle, overtuigende milieu-teekening, fijn-psychologische trekjes, menschelijke al te menschelijke verhoudingen, met geest en vaart weergegeven.

duitse versie collectie W. van Eyle

JS


Theophile de Bock – Nacht over water

Theophile de Bock – Nacht over water

Zuid Hollandsche uitgevers mij. 1937 Omslagtekening van Ben Midderigh, illustraties in de tekst van Herman Roede.

Pseudoniem van Teunis Johannes (Teun) de Bock.

Geboren in Den Haag op 31-3-1903 Overleden in Den Haag op 13-11-1963 Getrouwd in Den Haag met Helena Hendrika (Lena) Koningstein (geboren 2-3-1903).

Hij was gerechtssecretaris van de Hoge Raad der Nederlanden en waarnemend griffier van het kantongerecht. Teunis Johannes de Bock was drager van de gouden medaille van officier Oranje Nassau. Hij was schrijver van diverse detective hoorspelen waaronder Nacht over Water. Hij componeerden onder de naam Theophile de Bock. Hij was ook schrijver van het boek “De Hoge Raad in de praktijk”. Daarnaast schreef hij in de jaren 1950 in de Telegraaf onder het pseudoniem Spitter.

Nacht over water is in het duits vertaald als Die Weisse Emile.

Uit: Het Vaderland van 29-10-1937

In de serie «.Onze nieuwe oorspronkelijke “Nederlandsche detective," is als eerste boek verschenen Nacht over water", door Theophile de Bock. De Bock hoeft zich met dit boek direct op het eerste plan geplaatst, het onderscheidt zich door zijn typisch karakter en frisschen stijl. De intrige is uitstekend van opzet en doorvoering en houdt den lezer voortdurend in spanning. Op uitnemende wijze vertelt hij van het machtige raderwerk der Internationale geheime politie, waarin ditmaal ook twee landgenooten meewerken. Literair heeft Nacht over water stellig ook recht op waardeerlng.

js.


Ite Anema – AUCc contra New Scotland Yard

Ite Anema – AUCc contra New Scotland Yard

Mees 1935 Bevat ook het verhaal: Van Riedt presenteert „Wien 1735.

Mari Jacob (Ite) Anema is geboren te Scheveningen op 21-12-1915 en overleden in 2005.

Op 19-11-1941 is hij in Haarlem getrouwd met Henriette Gertrude Vorstman (1914-2001) Later zijn ze weer gescheiden. Ze kregen vier kinderen. Tijdens zijn werkzame leven heeft hij zich beziggehouden met public relations. In 1972 richt hij samen met G. Hageman het reclamebureau Anema en Hageman op.

Recencie uit het Bataviaasch Nieuwsblad van 28-6-1935. Dit boek wil een detectivegeschiedenis zijn, en is er een geworden, zoo slecht en zoo stuntelig als ,we er nog maar zelden onder de oogen kregen. Achter een korte en afgebeten stijl tracht de schrijver (of is het een schrijfster ?) de leegheid vaneen uiterst onsamenhangend geheel te verbergen. Het boek wemelt van overbodige uitweidingen, van wendingen die den indruk moeten vestigen alsof ze later een rol in een organisch geheel spelen, doch waarop heelemaal niet meer wordt teruggekomen. Het geheel gaat als een nachtkaars uit en van enige spanning Is geen spoor te ontdekken. Omdat de schrijver wellicht zelf wel voelde, dat de lezer wat erg bekocht uitkwam heeft hij er een liefdesgeschiedenisje uit de filmwereld als tweede gedeelte achteraan geplakt, waarin ook al wordt geprobeerd, „moderne" stijl te imiteeren, maar dat al even leeg en nietszeggend is uitgevallen

Uit tijdschrift “Nederland” jrg.87 no. 2 1935:

Gij verwacht een detective-roman. Ik verwachtte het ook. En ik kreeg een novelle, die op het oogenblik dat het leuk begon te worden, met enkele stippeltjes eindigde. Het had goed kunnen worden. Hoewel ik vind dat een 146 bladzijden lange „inleiding" té veel van een mensch vergt.

Dit boek bevat nog: „Von Riedt presenteert: Wien 1735", een novelle uit de Weensche filmwereld, die eveneens niets om het lijf heeft. Ik maak bovendien bezwaar tegen den titel van dit boek, die bij nader inzien slechts de titel van de eerste „story" blijkt te zijn. Het verband tusschen Scotland Yard en een Weensche film over het jaar 1735 is afschuwelijk duister. Een nieuw, vernuftig gegeven evenwel voor een échte detective-roman.

afbeelding collectie M. Smith

js.


A. Blom van Assendelft - Dokter Xanten

A. Blom van Assendelft - Dokter Xanten

J. H. Gottmer, 1940 deel 16 uit de Maskerserie

Albert Karel Johan Blom van Assendelft is geboren rond 1907. Op 16-10-1928 trouwt hij, 21 jaar oud, met Margaretha Roelofina Hoekstra, eveneens 21 jaar oud.

Zijn beroep is dan koopman.

Verdere biografische gegevens zijn niet gevonden.

Andere boeken zijn niet aangetroffen. Korte verhalen in De Telgraaf van 17 september 1941 verhaal: Zoo-dank u, in het Algemeen Handelsblad van 30-9-1940 De korte golf, een simpele geschiedenis, in De courant/Nieuws van de dag van 28-10-1941 Caucantvertelling en Algemeen Handelsblad van 8-11-1941 Waarom zijn er tegenwoordig geen toovenaars meer.

Verder niets te vinden betreffende dit boek. Genoemd in Brinkman en in Lectuurrepertorium. Bij deze laatste wordt het boek getypeerd als “Een minderwaardige roman”.

afbeelding collectie H. Komrij

js


Bincy - Misdaad om millioenen

Bincy - Misdaad om millioenen

Steenuil 1949

Pseudoniem van Ger Lak, geboren te Amsterdam in 1925 overleden te Meppel in 2003.

Getrouwd.

Journalist en hobbydichter. Schreef in 2002 Te gekke gedichten.

Was 40 jaar journalist bij dagblad Trouw.

Tien jaar hoofdredacteur van Filmbeeld, maandblad voor amateurfilmers. Schrijver van vele kinderverhalen en gedichten in Libelle. Een detectiveroman verscheen in 1946 (moet zijn 1949 js) in beperkte oplage.

Bron: www.mijneigenboek.nl

Verdere biografische gegevens zijn niet gevonden.

Afbeelding collectie M. Smith

js


Jacob Andergast – De roof van de Kimberley-diamanten

Jacob Andergast – De roof van de Kimberley-diamanten

A.J. Bronswijk 1948 Nummer 1 van Kameleon misdadigersclub

De nummers 2, 3 en 4 worden aangekondigd maar zijn nooit verschenen.

De uitgeverij was vooral bekend door het tijdschrift De Hengelsportwereld en het in 1948 uitgegeven boek Waar de Schelde stroomt door A.M. Wessels (Dit boek wordt aangekondigd op de flap van het omslag van De roof van de Kimberley-diamanten).

Over Jacob Andergast is helaas niets te vinden. Deel 2 en 3 van deze serie zou ook van de hand van Andergast zijn. De titels: Het dokter’s alibi en Eva’s zevende rib, beide nooit uitgegeven.

De uitgeverij, A.J. Bronswijk te Oostburg is in 1960 failliet verklaard.

js


Vorige pagina 51-60 van de 113 Volgende pagina