Ivans Interview
Het hieronder gepubliceerde interview is verschenen in het tijdschrift NOVA in 1929.
Na lezing komt de vraag op: Is er daadwerkelijk een Japanse Ivans-uitgave verschenen?
Wie het weet mag het zeggen.
(voor de leesbaarheid is het artikel dmv OCR in goed leesbaar schrift overgezet maar nog wel in oude spelling)
Het artikel is beschikbaar gesteld door Rimmer Sterk.
Onze serie Novo-Interviews De schrijver van de meest gecompliceerde verhalen, vertelt mij ook eens heel simpel en ondubbelzinnig; van zijn werk, zijn succes, zijn bewonderaars. door H. de V.
IVANS
“U vraagt wat me er toe dreef mijn eerste detectiveverhaal te schrijven?”
Wel, de directe oorzaak was een weddenschap. Een van mijn kennissen placht namelijk te zeggen, dat hij altijd al op de helft van een detectivestory wist, wie den moord begaan had, en toen nam ik op me, een verhaal te schrijven, waarin dit niet het geval was; inderdaad kon hij het niet raden en zoo ontstond „De man uit Frankrijk." „En de indirecte aanleiding?" „Ja, dat was een soort protest tegen de z.g. „Schundlectuur" en die Nick-Carter- verhalen vol ongezonde sensatie, die ik absoluut verderfelijk acht. Ik wilde de menschen laten zien dat er ook nog wel een beter soort ontspanningsverhalen is te geven. En — 't is me gelukt, want ik kan niet anders zeggen dan dat de menschen mijn boeken graag lezen en ook de pers is over het algemeen, en vooral de laatste jaren, zeer vriendelijk gestemd. Natuurlijk is er nog wel eens de een of ander, die de opmerking maakt dat ’t geen „literatuur" is wat ik schrijf, maar ik heb toen zelf nooit beweerd, dat ik hooge kunst lever! Ik wil alleen vertellen! Dat mag toch nog wel in Nederland? In het buitenland zijn mijn boeken in verschillende talen vertaald, is de pers nogal enthousiast, en een Vlaamsch criticus wijdde zelfs een heele reeks artikelen aan mijn boeken! Nu onlangs kreeg ik een aanvraag voor een Japansche vertaling."
“Dan heeft u toch wel voldoening van uw werk."
„Ja, maar dat is toch niet wat ik het allerprettigste vind. Wel zijn dat de talrijke brieven die ik altijd ontvang: en vooral die van zieke en herstellende menschen, die opgetogen schrijven dat mijn boeken ze door heel wat vervelende uurtjes hebben heengeholpen. Zoo kreeg ik ook van wijlen Dr. Willem Royaards een langen brief over mijn boeken. U begrijpt, dat ik zooiets buitengewoon op prijs stel. Ook is het mij bekend, dat mijn boeken door een hoogleeraar (wiens naam ik niet noemen wil) wel gebruikt worden om zijn studenten logisch te leeren denken! Maar de wonderlijkste dingen schrijven mijn lezers me soms. Een mijnheer verklaarde, ik moet zeggen allervriendelijkst “ U is een nul", een ander vroeg in vollen ernst of G G. werkelijk bestaan heeft. Maar leuk is het te merken, dat je boeken met volle aandacht goéd gelezen worden- zoo kreeg ik ook een brief van iemand over „de „Dubbelganger"; daarin had ik iemand met één arm laten binnenkomen met een zoontje aan iedere hand! Ook constateerde iemand, dat in „Het verloren Spoor” G.G. in vergelijking met andere boeken te jong was. Nu wist ik dat wel, want ik had het met opzet gedaan, om het verschil in leeftijd met Mariska niet te groot te maken. Maar ik had gedacht, dat niemand dat zou opmerken! Ook vragen sommigen mij, hoe ik mijn boeken schrijf, of ik 't van achteren naar voren doe of omgekeerd. Ja, u hoeft niet zoo verbaasd te kijken, dat wil zeggen of ik begin met de oplossing en dan terug werk. Dat doe ik echter niet. Eerst stel ik de omgeving vast waarin mijn verhaal spelen zal. Een omgeving die mij door en door bekend moet zijn. Zoo goed als alle streken en huizen die ik beschrijf en die ik zelf heb bezocht en gezien. Ik ben er bijna altijd vooruit zelf geweest. Daarom krijg ik vaak prentkaarten van bekenden, maar ook van onbekenden, die een plaats bezoeken of een plek herkennen waarover in een van mijn boeken geschreven wordt. Ik begin dan ook meestal met een vage gedachte mijn verhaal. Personen en handeling komen vanzelf. Mijn figuren groeien onder het schrijven en soms weet ik zelf op de helft van het verhaal met, hoe het zal eindigen." Uw bewonderaars zullen het wel erg naar hebben gevonden, toen G. G. dood was. En of ! Ik kreeg ettelijke verzoeken om G.G. toch weer te laten herleven. Een familie schreef een keurigen brief van. . . . rouwbeklag aan Mr. Hendriks! En brieven van menschen uit allerlei rangen en standen, van professoren en dienstmeisjes, van geestelijken en soldaten!
„U heeft zeker Conan Doyle wèl gelezen ?"
„Natuurlijk. Ik stel zijn boeken buitengewoon hoog. Alleen heb ik tegen de laatste verhalen dit bezwaar, dat Holmes zich in een rookwolk hult, en dan de oplossing weet, in plaats van alles uit de feiten te laten voortkomen. Desalniettemin heb ik veel respect voor hem !" „Hebt u eigenlijk niet nog meer geschreven dan detective-verhalen?" „Ja zeker, als betrekkelijk jonge man schreef ik tooneelstukken. „Zonsopgang" is indertijd door de Kon. Ver. Het Ned. Tooneel bekroond en indertijd heb ik ook nog verschillende andere stukken geschreven, die alle vertoond zijn. Cor van der Lugt gaat nu weêr een stuk van mij spelen en wel ,,De Waakzaamheid van G. G.," dat ik verleden zomer, toen wij bij vrienden in de buurt van Bonn zaten, heb geschreven; en eenige jaren gelëden is door 't gezelschap van Frits en Dolly Bouwmeester met veel succes „De man uit Frankrijk" opgevoerd. Maar behalve de G. G. seriën en de May-serie schreef ik nog meerdere boeken, waaronder twee historische romans en vier jongensboeken". ,,U zei zooeven, dat u als jongeman zoo graag tooneelstukken schreef — dan bent u zeker wel een groot liefhebber van 't tooneel?" „En wat ! Ik ben zelfs medeoprichter/voorzitter geweest van de Amsterdamsche Studenten-Tooneelvereeniging, die zich nu nog in een krachtigen bloei mag verheugen!" Zoo eindigde ons interview met den veelgelezen en geliefden schrijver, die „a vive voix" een even onderhoudend causeur bleek te zijn, als zijn boeken reeds deden vermoeden en zooals u allen, daar wij hem bijna uitsluitend zelf het woord hebben laten voeren, ook wel duidelijk zal zijn geworden. Maar we willen er voor onze lezeressen en lezers nog even bijvoegen, dat Mr. van Schevichaven een lange, slanke man is, met een prettig gezicht; een combinatie van G. G. en Mr. Hendriks! Hij heeft een prachtig studeervertrek, en boven zijn schrijftafel hangt een boekenrekje, waar, in mooie leêren banden, de heele G. G. serie staat, een geschenk van den uitgever. En mogen we nu ook nog verklappen, dat ook een portret van een snoezig meiske des heeren lvans' schrijftafel versiert: de eenige ongetrouwde dochter van onzen auteur? Daar we echter bang zijn, nu te veel in details te treden, zullen we Mr. Van Schevichaven maar bij zijn gezin laten, en ons bescheidenlijk terugtrekken.
| Vorige bericht | Terug | Volgend bericht |




