Paul de Casparis – Korenmaat vergist zich
Servire 1955
Paul Abraham Christiaan de Casparis is geboren te Amsterdam op 27-4-1928
Hij was journalist bij De Telegraaf.
Schreef bovendien nog een bekroonde novelle: Men slaat geen dode honden (1952).
De recensie uit De Tijd is maar matig tot slecht de bespreking in De Telegraaf (zijn werkgever) was juist positief! Collega Jan Spierdijk schreef de recensie.
Uit De Tijd van 2-5-1956
Oorspronkelijke speurdersroman, heet dit verhaaltje van Paul de Casparis, uitgegeven bij Servire te Den Haag. Een weidse ondertitel, veel te weids zelfs. Naar onze smaak verdient het boekje niet roman te heten. Een vrij simpel vertelsel, allesbehalve oorspronkelijk en geschreven in een voortdurend krampachtige poging „leuk" te doen, met het gevolg, dat het alleen maar irriterend werkt. Zelfs voor louter ontspannende treinlectuur lijkt ons dit boekje ongeschikt. Het had o.i. beter onuitgegeven kunnen blijven
Uit De Telegraaf van 24-12-1955
De Nederlandse detectiveroman is de laatste jaren in een goed blaadje komen te staan, vooral dank zij het optreden van een aantal nieuwe schrijversfiguren met de kort geleden overleden W. H: van Eemlandt aan het hoofd. Het is niet al Havank meer wat de klok slaat.
Bij deze groep „nieuwelingen" heeft zich thans de jonge auteur Paul de Casparis gevoegd. Zijn „Korenmaat vergist zich". oorspronkelijke speurdersroman" (Uitgeverij. Servire — Den Haag) zal in de eerste plaats door zijn oorspronkelijkheid opvallen. Hoofdpersoon is Eduard Korenmaat, een zich achteloos bewegende jongeman, die met discrete onderzoekingen aan zijn rum en aan de kost komt Hij wordt op de eerste bladzijde wat ruw in zijn nekvel gepakt en met zijn neus op een moord geduwd. Kort daarop wordt hij door twee zonderlinge opdrachtgevers, die zo op het oog niets met elkaar te maken hebben, in beweging gezet en geraakt van het ene wespennest in het andere. Men noteert enige doden, die men niet behoeft te betreuren. Men ontmoet veel geheimzinnigheden, die passen in. een schema, dat goed beschouwd tamelijk bedacht en wat al te gecompliceerd aandoet.
De verdiensten van het boekje liggen elders. De speurtocht van Korenmaat in de naamloze stad bezit een sterke sfeer die boven de soms zonderlinge gang van zaken uitstijgt, De dialogen zijn haarscherp en de auteur bezit een onmiskenbaar gevoel voor stemming makende details. Hij heeft een parmantige stijl èn een schijnbaar achteloze grappigheid, die de situaties soms in het parodistische trekt. Het geheel is in elk geval zo boeiend, dat ik Paul de Casparis en Eduard Korenmaat graag nog eens schrijvend en speurend aan het werk wil zien.
js
| Vorige bericht | Terug | Volgend bericht |



