A.R. Colijn – Het geitensik mysterie

A.R. Colijn – Het geitensik mysterie

recherche-roman uitgeverij Volharding 1950

Dit is een pseudoniem van Hendrik (Henk) Herman Backer. Geboren te Rotterdam op 15-12-1898 overleden te Eemnes op 5-6-1976. Getrouwd in 1924 met Johanna Henrietha Belia Tuk. Na scheiding opnieuw getrouwd met Hendrika Overbeeke (1909).

Het was de bedoeling dat hij leraar zou worden maar wegens ziekte is dat niet doorgegaan.

In 1915 ging hij studeren aan de Rotterdamse Kunst academie. Vanaf 1923 ging hij werken als striptekenaar voor Het Rotterdamsch Nieuwsblad. Hij brak door met de strip: Tripje.

Tot aan zijn pensionering in 1963 bleef hij werken voor Het Rotterdamsch Nieuwsblad.

Henk Backer gebruikte vele pseudoniemen voor zijn activiteiten als schrijver van romans, hoorspelen detectives en gedichten, waaronder Hans Overbeeke, Peter van Ingen, B. Elzebub, Ar Colijn, Joh(a)n Berndt en Bac.

Het geitensik-mysterie  is een bundeling van 10 deeltjes. Elk deeltje heeft weer een nieuwe voorplaat.

Voor zover bekend zijn de afzonderlijke delen niet los verschenen.

Voorin het boekje worden nog 3 delen aangekondigd: De sterke benen, De erfenis van den componist en De man die bewaakt werd.

Deze zijn waarschijnlijk nooit uitgegeven.

js


Jan Cottaar – De gestolen reportage

Jan Cottaar – De gestolen reportage

uitgeverij Kramers 1949

Schijversnaam van Johannes Hendricus Marie Cottaar.

Werd op 6 maart 1915 in Delft geboren. overleden Leiderdorp, 21 juli 1984. Gehuwd op 5-2-1941 met Coba Wilhelmina Meijer. Uit dit huwelijk werden 1 zoon en 2 dochters geboren. Jan Cottaar volgde een gymnasiumopleiding op het internaat van de paters Franciscanen te Venray. Hij begon zijn journalistieke loopbaan bij de Nieuwe Delftse Courant en werd in 1938 sportredacteur bij het katholieke dagblad De Tijd in Amsterdam. Vanaf 1946 hield hij voor de KRO radio een wekelijks radiopraatje. In de jaren vijftig versloeg hij acht keer de Ronde van Nederland en tien keer de Tour de France, zowel voor de radio als voor de krant. In 1952 werd hij sportredacteur van de Nieuwe Rotterdamse Courant en maakte vanaf 1958 zijn eigen televisieprogramma voor de KRO
"Van Onze Sportredacteur". Daarnaast was hij medepresentator  van het bekende NOS programma "Sport in Beeld". (Later Studio Sport.)  In 1970 – tot 1974- werd hij directeur van het Nederlands Olympisch Comite.  Hij schreef een aantal boeken waaronder "Het Sportboek voor de jeugd" in 1947, "Van Olympus tot Fujijama" en de romans "De Troostprijs is een gele trui",
"Gele trui tegen wil en dank". Over zijn Tourervaringen schreef hij het boekje "10 x Tour".

js


F.H. Achermann - De dode van Scotland Yard

F.H. Achermann - De dode van Scotland Yard

1954 Heideland Hasselt/Hofboekerij De Toorts Heemstede

Vertaling van Die Tote von Scotland Yard 1941 uitg. Walter OIten. (herdruk 2017)

Franz Heinrich Achermann (geboren op 1 juli 1881 in St. Erhard; overleden op 18 april 1946 in Kriens ) was een Zwitserse R.K. predikant en auteur.

Schreef vele verhalen die spelen in voorhistorische tijden. Verder Jeugdboeken, romans, korte verhalen en detectives.

Van zijn tientallen boeken zijn er slechts 3 vertaald in het Nederlands.

De jagers van het Thurmeer (1953)

De heraut van Halodin (1953)

js


Lewis Clay - Dokter Doodskop

Lewis Clay - Dokter Doodskop

1939 Uitgeverij De Combinatie N.V.

Vertaling van Docter Skull in 1938 gepubliceerd in 10 afleveringen in Detective Weekly.

Clay was auteur van filmscripts (o,a Bonanza)

Lewis Clay werd geboren op 17 april 1909 in Alabama, VS. Hij overleed op 9 juli 1995 in Los Angeles, Californië, VS.

Andere werken onder de naam Lewis Clay zijn niet aangetroffen.

afbeelding collectie R. Sterk

js

Van Henk Hersevoort ontvingen we de volgende info:

De afbeelding is afkomstig van nr. 17 van Detective Weekly

en is getekend door Rudolph Belarski (1900-1983).


Frank Highman - Detective Flips merkt wat . . . .

Frank Highman - Detective Flips merkt wat . . . .

's-Gravenhage, Maandblad Succes 1938 M-club No . 2

In 1932-1933 als vervolgverhaal in het Algemeen Handelsblad en Sumatra Post onder de titel Flips de Stille.

Op diverse sites is dit pseudoniem toegeschreven aan Cor Dokter.

Terecht merkt Wim van Eyle in zijn Lexicon Nederlandstalige misdaadauteurs op dat dit definitief onjuist is maar noemt niet van wie het wel is.

De oorsprong dat dit een oorspronkelijk werk zou zijn is waarschijnlijk toe te schrijven aan Lectuur Repertorium die zegt dat Frank Highman een Nederlands auteur zou zijn.

Dank zij internet hebben we ontdekt dat dit een pseudoniem is van Franz Maria Hickmann geboren op 14-2-1897 en overleden op 3-2-1960 te Wenen,

Hij was journalist en schrijver.

(bron: Buchfreund.de, abebooks.com, pitaval.cz en Kurschners Deutscher Literatur-Kalender)

Het oorspronkelijke verhaal verscheen dan ook in het Duits in 1930 met de  titel: Sergeant Flips.

Vervolgens komt het uit in Hongarije (1931) met de titel: Furfangos Flips (=Eigenzinnige Flips).

In 1932 volgt Tsjechië met de titel: Serzant Flips

Ook in Zweden komt een vertaling uit (1934) met de titel Fågelskrämman i Scotland Yard (=De vogelverschrikker van Scotland Yard)

`Sergeant Joshua Flips van Scotland Yard in Londen wordt algemeen beschouwd als een buitenbeentje en een mafkees. Maar al snel zullen hoofdinspecteur Mac Hardy en het hoofd van de Londense onderwereld ervan overtuigd zijn dat niet alles is wat het op het eerste gezicht lijkt...`

JS


Bob Coleveld - Geen medelijden Argus

Bob Coleveld - Geen medelijden Argus

1957 uitgeverij Bracke Wetteren

Pseudoniem van Robert Henri Coolen, geboren te Wetteren op 27-4-1921 overleden te Oostende op 12-8-2000.

In naslagwerken soms ten onrechte Bert Coleveld genoemd.

Hij was beambte in Brussel.

In 1951 werd een novelle van hem bekroond door de provincie Oost-Vlaanderen en in 1955 kreeg hij de Prijs van de Touring Club van België voor het beste toeristische verhaal.

In 1960 verscheen nog de roman De tas gevuld met waanzin (1960).

js

Het boek Geen medelijden Argus is te koop zie de rubriek Aanbiedingen van leden


G(errit) Leydekkers - Moord en aspirine

G(errit) Leydekkers - Moord en aspirine

1959 Mertens en Stappaerts

Helaas niets kunnen vinden over deze auteur. (pseudoniem?)

Nog wel een vermelding in Lectuur Repertorium

Geen andere werken kunnen traceren onder deze auteursnaam.


Ad Melvante - Het grijze huis

Ad Melvante - Het grijze huis

Het grijze huis (variant)A. L. van Kersen 1954

Deze naam is latijns voor:  aankondiging

Verder geen info over deze schrijver. Geen andere werken onder dit pseudoniem aangetroffen.

Afbeeldingen: collectie M. Smith

js


A.H. van Ommen - De blauwe auto

A.H. van Ommen - De blauwe auto

Nelissen 1951

Hendericus Antonius (ipv A.H.) van Ommen geboren te Amsterdam op 22-3-1904

Op 31-10-1929 getrouwd met Maria Christina Verdult (1910-1961) Op 11-3-1947 gescheiden. De overlijdensdatum hebben we helaas niet kunnen achterhalen.

Hij was kantoorbediende en later hoofdboekhouder van beroep.

Overig werk jeugdboek: De jongens van tent 868 (Kluitman 1953)

js


M(artinus). van der Hilst - De kris des doods

M(artinus). van der Hilst - De kris des doods

Amsterdam 1934 Vennootschap "Veritas"

Geboren te Amsterdam op 9-1-1888 overleden in Diemen op 16-3-1940

Slechts 52 jaar oud.

Martinus was ambtenaar en later redacteur van christelijke geïllustreerde weekbladen. In navolging van zijn broer Hendrik in 1912 vertrok hij in 1913 naar Ned.-Indië (Semarang) als ambtenaar waar hij vele jaren verbleef.

Broer Hendrik (officier machinist op de onderzeeboot KIII) werd op oudejaarsdag 1920 vermoord in Cheribon (Ned.-Indië). De toenmalige woonplaats van Martinus.

Veel van zijn boeken spelen in Ned.-Indië waarin tevens zijn protestantse levensbeschouwing tot uiting komt.

Uit Nieuwsblad van het Noorden van 4-12-1934

De kris des doods is het wapen, waarmee de Shoeta, een Indische geheime secte, haar vonnissen voltrekt. Zij bedreigt voortdurend een vooraanstaand Nederlandsen financier, totdat twee detectives er zich mee bemoeien. Een spannend verhaal.

Uit Westfriesch Dagblad van 4-12-1934

Een deel van het lezend publiek houdt van de dective-romans en daar is niets op tegen, wanneer het tenminste niet wordt opgeschroeft tot ongezonde sensaties en er nog belangstelling overblijft voor het werk van hoogere kwaliteit, dat op de boekenmarkt verschijnt. Met „De kris des doods” heeft M. v. d. Hilst in het detectieve-genre een heel goed boek geschreven, dat op de plank naast de Ivanssen gerankschikt kan worden. Buitenlandsche achtergrond had de schrijver niet noodig, de roman speelt in een zuiver Hollandsch milieu, waarbij de verrichtingen van een Javaansche sekte de geheimzinnige sfeer brengen. Een bankiersfamilie in den Haag, een mysterieuze villa bij Wassenaar en daar tusschen een spanning, die direct bij het begin den lezer pakt en hem niet eerder loslaat, dan nadat hij dit boek in één ruk heeft uitgelezen. Dat v. d. Hilst dit heeft kunnen bereiken zonder geforceerde capriolen, doch met een gezonde verwikkeling is de beste aanbeveling voor deze goeden detectiveroman

afbeelding collectie M. Smith

js


Vorige pagina 31-40 van de 108 Volgende pagina