G. Debije – Moord te Scheveningen

G. Debije – Moord te Scheveningen

J.H. Gottmer 1940 Juweelen-serie No.5

Biografische gegevens zijn helaas niet gevonden.  In de periode 1939/1940 is het boek bij een aantal kranten als feuilleton verschenen onder de auteursnaam J.G. Debije.

Het LR heeft met volgende te melden: een oorspronkelijke doch weinig originele detective-roman.

In Het Nieuwsblad van het Noorden van 8-6-1940 een recensie.                                                                                                                                              Zeer geslaagd is de roman van J. G. Debije  „Moord te Scheveningen". De taal van dit boek heeft zéér zwakke plekken, zoo zwak dat men soms eerder aan een vertaling dan aan een oorspronkelijk werk zou denken. Daarbij besteedt Debije aan het détail zoo nu en dan wat al te veel aandacht, geeft hij bijzonderheden met een zoo groote zorgvuldigheid en nauwkeurigheid weer, dat de spanning verslapt. Met enkele coupures in de détail-beschrijvingen zou dit voor een detective-roman omvangrijke verhaal zeker zijn gediend Maar deze roman bezit eigenschappen, die ons de literaire gebreken grif doen vergeten. In de eerste plaats is dit boek nu eens Nederlandsch tot op het gebeente, dat wil zeggen het beschrijft een moordzaak en hoe die in ons land in werkelijkheid door de politie behandeld wordt — zonder super-detectives en griezelverhalentamtam dus. We vergezellen een Haagschen inspecteur van politie op zijn speurtocht naar de bedrijver(s) van een uiterst geheimzinnige misdaad en maken op die manier kennis met het gecompliceerde en zeer belangwekkende apparaat onzer eigen recherche. En in de tweede plaats geeft de auteur ons een suggestief en boeiend beeld van de wetenschappelijke zijde van dit apparaat. Het zoeken van vergiften langs chemischen en pharmacologischen weg, het vaststellen van schilderijenvervalschingen en nog verschillende andere onderzoekingen van dergelijken aard passeeren achtereenvolgens de revue en moeten ons, gezien de gecompliceerdheid van het onderhavig geval, wel tot dè conclusie brengen, dat voor het modem-wetenschappelijk politieapparaat geen misdadiger meer veilig is. In elk geval vervult de wijze, waarop hier de schrijver het kluwen ontwart, zorgvuldig en zonder griezeligheden of bombast, ons met bewondering. Drie spannende detective-verhalen van eigen bodem, waarin respectievelijk de psychologie, de internationale sfeer en de populair-wetenschappelijke beschrijvingen domineeren.... drie verhalen, welke de vaan van het genre hoog houden en ons bij alle spanning een dosis ontspanning bieden van goed gehalte.

Wie helpt ons aan een afbeelding van het stofomslag?

js


Walter C. Brown – De misdadige dubbelganger

Walter C. Brown – De misdadige dubbelganger

1932 Het Leven Bandtekening van Henri Pieck.

Vertaling van The Second Guess uit 1929.

Amerikaans auteur.

Schreef een aantal filmscenario’s: The House in the Woods (1957), Lights Out (1946) en Suspense (1949).

Helaas verder geen biografische gegevens kunnen vinden. Voor zover bekend zijn er geen andere titels vertaald.

Overige engelstalige titels Laughing Death uit 1932 en Murder at Mocking House uit 1933

js


Peter Relas - Moord op een deserteur

Peter Relas - Moord op een deserteur

1952 Nederlandsche Keurboekerij SOS reeks 525352, stofomslag ontwerp Moriën/Beck.

Onbekend wie zich achter deze naam verschuilt.

Genoemd in de Brinkman met de toevoeging pseudoniem.

Verder in dat zelfde jaar nog een bewerking van George Howe - Geen medailles voor

Spionnen. Ook dit boek is uitgegeven door de Nederlandsche Keurboekerij.

Misschien een medewerker?

Nog een vermelding in Lectuur Repertorium: schreef een boeiende detectiveroman.

Verder niets gevonden betreffende deze auteur.

js


A.R. Colijn – Het geitensik mysterie

A.R. Colijn – Het geitensik mysterie

recherche-roman uitgeverij Volharding 1950

Dit is een pseudoniem van Hendrik (Henk) Herman Backer. Geboren te Rotterdam op 15-12-1898 overleden te Eemnes op 5-6-1976. Getrouwd in 1924 met Johanna Henrietha Belia Tuk. Na scheiding opnieuw getrouwd met Hendrika Overbeeke (1909).

Het was de bedoeling dat hij leraar zou worden maar wegens ziekte is dat niet doorgegaan.

In 1915 ging hij studeren aan de Rotterdamse Kunst academie. Vanaf 1923 ging hij werken als striptekenaar voor Het Rotterdamsch Nieuwsblad. Hij brak door met de strip: Tripje.

Tot aan zijn pensionering in 1963 bleef hij werken voor Het Rotterdamsch Nieuwsblad.

Henk Backer gebruikte vele pseudoniemen voor zijn activiteiten als schrijver van romans, hoorspelen detectives en gedichten, waaronder Hans Overbeeke, Peter van Ingen, B. Elzebub, Ar Colijn, Joh(a)n Berndt en Bac.

Het geitensik-mysterie  is een bundeling van 10 deeltjes. Elk deeltje heeft weer een nieuwe voorplaat.

Voor zover bekend zijn de afzonderlijke delen niet los verschenen.

Voorin het boekje worden nog 3 delen aangekondigd: De sterke benen, De erfenis van den componist en De man die bewaakt werd.

Deze zijn waarschijnlijk nooit uitgegeven.

js


Jan Cottaar – De gestolen reportage

Jan Cottaar – De gestolen reportage

uitgeverij Kramers 1949

Schijversnaam van Johannes Hendricus Marie Cottaar.

Werd op 6 maart 1915 in Delft geboren. overleden Leiderdorp, 21 juli 1984. Gehuwd op 5-2-1941 met Coba Wilhelmina Meijer. Uit dit huwelijk werden 1 zoon en 2 dochters geboren. Jan Cottaar volgde een gymnasiumopleiding op het internaat van de paters Franciscanen te Venray. Hij begon zijn journalistieke loopbaan bij de Nieuwe Delftse Courant en werd in 1938 sportredacteur bij het katholieke dagblad De Tijd in Amsterdam. Vanaf 1946 hield hij voor de KRO radio een wekelijks radiopraatje. In de jaren vijftig versloeg hij acht keer de Ronde van Nederland en tien keer de Tour de France, zowel voor de radio als voor de krant. In 1952 werd hij sportredacteur van de Nieuwe Rotterdamse Courant en maakte vanaf 1958 zijn eigen televisieprogramma voor de KRO
"Van Onze Sportredacteur". Daarnaast was hij medepresentator  van het bekende NOS programma "Sport in Beeld". (Later Studio Sport.)  In 1970 – tot 1974- werd hij directeur van het Nederlands Olympisch Comite.  Hij schreef een aantal boeken waaronder "Het Sportboek voor de jeugd" in 1947, "Van Olympus tot Fujijama" en de romans "De Troostprijs is een gele trui",
"Gele trui tegen wil en dank". Over zijn Tourervaringen schreef hij het boekje "10 x Tour".

js


F.H. Achermann - De dode van Scotland Yard

F.H. Achermann - De dode van Scotland Yard

1954 Heideland Hasselt/Hofboekerij De Toorts Heemstede

Vertaling van Die Tote von Scotland Yard 1941 uitg. Walter OIten. (herdruk 2017)

Franz Heinrich Achermann (geboren op 1 juli 1881 in St. Erhard; overleden op 18 april 1946 in Kriens ) was een Zwitserse R.K. predikant en auteur.

Schreef vele verhalen die spelen in voorhistorische tijden. Verder Jeugdboeken, romans, korte verhalen en detectives.

Van zijn tientallen boeken zijn er slechts 3 vertaald in het Nederlands.

De jagers van het Thurmeer (1953)

De heraut van Halodin (1953)

js


Lewis Clay - Dokter Doodskop

Lewis Clay - Dokter Doodskop

1939 Uitgeverij De Combinatie N.V.

Vertaling van Docter Skull in 1938 gepubliceerd in 10 afleveringen in Detective Weekly.

Clay was auteur van filmscripts (o,a Bonanza)

Lewis Clay werd geboren op 17 april 1909 in Alabama, VS. Hij overleed op 9 juli 1995 in Los Angeles, Californië, VS.

Andere werken onder de naam Lewis Clay zijn niet aangetroffen.

afbeelding collectie R. Sterk

js

Van Henk Hersevoort ontvingen we de volgende info:

De afbeelding is afkomstig van nr. 17 van Detective Weekly

en is getekend door Rudolph Belarski (1900-1983).


Frank Highman - Detective Flips merkt wat . . . .

Frank Highman - Detective Flips merkt wat . . . .

's-Gravenhage, Maandblad Succes 1938 M-club No . 2

In 1932-1933 als vervolgverhaal in het Algemeen Handelsblad en Sumatra Post onder de titel Flips de Stille.

Op diverse sites is dit pseudoniem toegeschreven aan Cor Dokter.

Terecht merkt Wim van Eyle in zijn Lexicon Nederlandstalige misdaadauteurs op dat dit definitief onjuist is maar noemt niet van wie het wel is.

De oorsprong dat dit een oorspronkelijk werk zou zijn is waarschijnlijk toe te schrijven aan Lectuur Repertorium die zegt dat Frank Highman een Nederlands auteur zou zijn.

Dank zij internet hebben we ontdekt dat dit een pseudoniem is van Franz Maria Hickmann geboren op 14-2-1897 en overleden op 3-2-1960 te Wenen,

Hij was journalist en schrijver.

(bron: Buchfreund.de, abebooks.com, pitaval.cz en Kurschners Deutscher Literatur-Kalender)

Het oorspronkelijke verhaal verscheen dan ook in het Duits in 1930 met de  titel: Sergeant Flips.

Vervolgens komt het uit in Hongarije (1931) met de titel: Furfangos Flips (=Eigenzinnige Flips).

In 1932 volgt Tsjechië met de titel: Serzant Flips

Ook in Zweden komt een vertaling uit (1934) met de titel Fågelskrämman i Scotland Yard (=De vogelverschrikker van Scotland Yard)

`Sergeant Joshua Flips van Scotland Yard in Londen wordt algemeen beschouwd als een buitenbeentje en een mafkees. Maar al snel zullen hoofdinspecteur Mac Hardy en het hoofd van de Londense onderwereld ervan overtuigd zijn dat niet alles is wat het op het eerste gezicht lijkt...`

JS


Bob Coleveld - Geen medelijden Argus

Bob Coleveld - Geen medelijden Argus

1957 uitgeverij Bracke Wetteren

Pseudoniem van Robert Henri Coolen, geboren te Wetteren op 27-4-1921 overleden te Oostende op 12-8-2000.

In naslagwerken soms ten onrechte Bert Coleveld genoemd.

Hij was beambte in Brussel.

In 1951 werd een novelle van hem bekroond door de provincie Oost-Vlaanderen en in 1955 kreeg hij de Prijs van de Touring Club van België voor het beste toeristische verhaal.

In 1960 verscheen nog de roman De tas gevuld met waanzin (1960).

js

Het boek Geen medelijden Argus is te koop zie de rubriek Aanbiedingen van leden


G(errit) Leydekkers - Moord en aspirine

G(errit) Leydekkers - Moord en aspirine

1959 Mertens en Stappaerts

Helaas niets kunnen vinden over deze auteur. (pseudoniem?)

Nog wel een vermelding in Lectuur Repertorium

Geen andere werken kunnen traceren onder deze auteursnaam.


Vorige pagina 31-40 van de 111 Volgende pagina